MijnNFI

Uitgebreid onderzoek naar drugs en geneesmiddelen in het verkeer

bij een vermoedelijke overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet

  • Algemeen
  • Intakecriteria
  • Opmerkingen

Vraagstelling

Bij dit product is de centrale vraag: “Zijn er drugs en/of geneesmiddelen in het bloed of de urine aantoonbaar? Zo ja, welke en met welk effect?”.

Dit product kan antwoord geven op de volgende vragen:

  1. Zijn er drugs en/of geneesmiddelen in het bloed of de urine aantoonbaar? Zo ja, welke?
  2. Kunnen de aangetoonde stoffen in de gemeten concentraties de rijvaardigheid hebben beïnvloed?
  3. Kunnen de aangetoonde stoffen in de gemeten concentraties het bewustzijn/gedrag hebben beïnvloed?

Intakecriteria

  • De geldende normen dienen in acht te worden genomen. Deze kunt u vinden op PolitieKennisNet.
  • Geef op het aanvraagformulier aan wat precies onderzocht moet worden.
  • Vermeld in de aanvraag de volgende punten:
    • omschrijving van het voorval;
    • datum en tijdstip van het voorval of overlijden;
    • datum en tijdstip van monsterafname of sectie;
    • herkomst van het afgenomen bloed en/of de urine, bijvoorbeeld bloed uit hart, bloed uit lies en urine uit katheter;
    • in geval van overlijden het rapport van de schouwarts;
    • vermoeden van gebruik van geneesmiddelen en/of drugs, bijvoorbeeld voorgeschreven medicatie en lijst van aangetroffen (lege) verpakkingen van medicatie.
  • Aanlevering van bloed en/of urine alleen in een alcoholblok zoals bedoeld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet. De minimale monsterhoeveelheid bedraagt 3 ml. Bij een vermoedelijke overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet bedraagt de minimale monsterhoeveelheid 6 ml; dit in verband met mogelijk contraonderzoek.

Opmerkingen

  • Bij dit product worden circa 50 stoffen onderzocht. Dit zijn veelvoorkomende drugs en  geneesmiddelen uit verschillende categorieën zoals opiaten, cocaïne en omzettingsproducten, amfetamineachtige stoffen, cannabinoïden, benzodiazepinen, antidepressiva en GHB.
  • Indien alleen onderzoek in urine wordt uitgevoerd, kan vraag 1 worden beantwoord maar kan geen uitspraak worden gedaan over effecten (vragen 2 en 3).